Prof. Mr. T. Hartlief.
Artikel uit AV&S, 2001 nr 2, pag. 37-42
Op 12 januari 2001 heeft de Hoge Raad een zeer belangrijk arrest gewezen
met waarschijnlijk grote consequenties voor de praktijk. Werkgevers lijken
namelijk ingevolge dit arrest in belangrijke mate aansprakelijk te zijn
voor verkeersongevallen van hun werknemers.
Artikel 658a uit boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vormt min of meer
de achtergrond van dit arrest.
De betekenis van dit arrest is gelegen in de eventuele aansprakelijkheid
van de werkgever voor verkeersongevallen waaraan hij als werkgever part
noch ceel heeft gehad, doch veroorzaakt zijn door derden dan wel ( mede)
door de werknemer.
Dus volgens dit arrest kunnen bestuurders-werknemers die tijdens
hun werk betrokken raken bij een ongeval, ongeacht de vraag wie
daarvoor verantwoordelijk is ( doch behoudens opzet of bewust roekeloosheid)
kunnen steeds hun werkgever aanspreken.
Verder bespreekt de schrijver van dit artikel nog kort de consequenties
die het arrest in de verzekeringssfeer kan hebben. De werkgever die zijn
werknemers voor het werk laat deelnemen aan het verkeer doet er verstandig
aan behalve voor een WA-verzekering ( voor zover het gaat om auto's van
de zaak) ook te zorgen voor een Schadeverzekering Inzittenden, zowel
bij een auto van de zaak als in het geval de werknemer tijdens zijn werk
gebruik maakt van een eigen auto.
Bron: Verkeersrecht nr. 6, 2001. |