In de gemeente Nijmegen gaat de autosnelweg A73 over in de Neerbosscheweg,
een dubbelbaansweg met 2x2-rijstroken. Het einde van de autosnelweg
( G2 )
staat circa 100 m voor het kruispunt met de Hogelandseweg. Op circa
50 m vóór dit kruispunt staat de bebouwde kom van Nijmegen
aangegeven ( H1 ).

In april 2002 kreeg een autobestuurder (rijdende in de richting
van de A73) een beschikking thuis gestuurd voor feitcode S100a: overschrijding
van de maximumsnelheid van 50 km/h met 7 km/h (na meetcorrectie). De
bestuurder tekent beroep aan tegen deze beschikking bij de Officier
van Justitie op grond van de bepalingen van de Uitvoeringsvoorschriften
BABW:
"(…) De grens van de bebouwde kom, aangegeven door bord H1 en H2,
wordt gekenmerkt door het begin van een langs de weg gelegen aaneengesloten
bebouwing van zodanige omvang en dichtheid, dat een voor de weggebruiker
duidelijk herkenbaar verschil in het karakter van de wegomgeving aanwezig
is met een buiten de bebouwde kom gelegen weg. Ter plaatse van de komgrens
moet een zodanige wijziging van wegkenmerken voorkomen dat het verschil
in karakter van de weg voor en na bord H1 of H2 aldaar zoveel mogelijk
benadrukt wordt (…)"
Zoals op de foto is te zien is in de wijde omgeving geen bebouwing
aanwezig en is er dus ook geen duidelijk herkenbaar verschil in het
karakter van de wegomgeving. De Officier van Justitie verklaart het
beroep ongegrond. De Officier is van oordeel dat de discussie of een
verkeersbord terecht of niet terecht is geplaatst en of een gedragsregel
zoals die geldt in het verkeer al dan niet dient te worden nageleefd,
niet gevoerd kan worden in de onderhavige procedure van beroep in een
'Mulder zaak'. Wanneer deze kwestie ter discussie wordt gesteld, dienen
volgens de Officier de daarvoor bedoelde procedures te worden gevolgd
door binnen de daarvoor geldende termijnen en regels het verkeersbesluit
aan te vechten.
De betreffende autobestuurder laat het er niet bij zitten en tekent tegen het
besluit van de Officier van Justitie beroep aan bij de kantonrechter. Hij beroept
zich wederom op de bepalingen in Uitvoeringsvoorschriften BABW.
De kantonrechter oordeelt dat de achterliggende gedachte van de regelgeving
zonder twijfel is, dat het de weggebruikers duidelijk moet zijn aan welke regels
zij zich moeten houden. Het opleggen van administratieve sancties aan weggebruikers
zonder dat aan die eis van duidelijkheid is voldaan, moet in strijd met de
zorgvuldigheid en rechtszekerheid worden geacht. In dat licht is het beroep
gegrond verklaard en is de beslissing van de Officier van Justitie vernietigd.
Indien en voor zover het bevoegd gezag (de wegbeheerder) ter plaatse een maximumsnelheid
van 50 km/h wenst te handhaven, dient zij dit duidelijk door middel van borden
A1 aan te geven. Zowel de Officier van Justitie als de Kantonrechter
kunnen begrip opbrengen voor het instellen van de maximumsnelheid van 50 km/h
gezien het aantal verkeersongevallen op genoemd kruispunt. Deze maximumsnelheid
dient echter met borden A1 en niet met de borden H1 te worden aangegeven.
Nieuw drempelbord

De herkenbaarheid en zichtbaarheid van verkeersdrempels en plateaus
moeten goed zijn. Beide snelheidsverlagende voorzieningen zijn tot
op zekere hoogte discontinuïteiten met het doel de snelheid
van het gemotoriseerde verkeer te reduceren naar de ter plaatse gewenste
of passende snelheid.
De drempel en het plateau worden altijd voorzien van een taludmarkering.
Deze markering is in de praktijk functioneel gebleken en blijft derhalve
aanbevolen (zie CROW-publicatie 172). Deze markering is voor de herkenbaarheid
van drempels en plateaus in erftoegangswegen binnen de bebouwde kom
meestal voldoende. In deze verblijfsgebieden (30 km/h-gebieden) worden
in beginsel geen verkeersborden geplaatst. Alleen als de herkenbaarheid
van de verkeersdrempel duidelijk in het geding is, kan worden overwogen
een waarschuwingsbord te plaatsen. Dit geldt met name voor gebiedsontsluitingswegen
binnen de bebouwde kom en de wegen buiten de bebouwde kom (erftoegangswegen
en gebiedsontsluitingswegen).
Binnen de huidige verkeerswetgeving zal nog steeds bord J37 (gevaar),
waarbij de aard van het gevaar is aangegeven op een onderbord: 'drempel'
of 'drempels'. Omdat J37 niet volledig aan het gestelde doel beantwoordt,
zijn in de praktijk diverse eigen creaties waar te nemen. Uniformiteit
en eenduidigheid is met name voor verkeersborden van groot belang. Daarom
is de CROW-werkgroep "Richtlijn verkeersdrempels" met de aanbeveling
gekomen een nieuw verkeersbord in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
op te nemen. Dit waarschuwingsbord met in het witte driehoekige vlak het
pictogram van een drempel heeft echter nog niet een formele status. |